Thema 5: Taal en Cultuur

 

Taal
 

Complexe taalsituatie

De taalsituatie in Heerlen is zonder meer complex te noemen. Dat heeft alles te maken met de wordingsgeschiedenis van de stad. Voor de komst van de mijnen werd er in Heerlen een plaatselijk dialect gesproken, naast Nederlands en Duits. De bovenlaag van de bevolking zal zich, zoals in die tijd gebruikelijk was, ook wel van het Frans bediend hebben.

Heerlens dialect

Heerlen had dus zijn eigen dialect. Dat is al in 1848 opgetekend door de uit Rotterdam afkomstige dominee Jacob Jongeneel. Hij schreef een van de oudste dialectmonografieën uit de Nederlandse taalkundige geschiedenis. In zijn tijd was er nog sprake van een redelijk homogeen dialect, dat wil zeggen een dialect met weinig variatie tussen de sprekers.


 

Omslag van de heruitgave van de Dorpsspraak van Heerle. J. Jongeneel

 

Om een beeld te geven van het Heerlens heeft Jongeneel in zijn boek een Heerlense vertaling van de parabel van de verloren zoon opgenomen, waarvan hieronder een fragment is weergegeven. Zo zien we het Heerlens, of Heerlsch zoals Jongeneel het noemt, uit de negentiende eeuw.

Van een homogeen dialect in Heerlen is nu weinig sprake meer. Dat heeft verschillende oorzaken. De eerste is van taalkundige aard. Heerlen ligt op de dialectkaart in een overgangsgebied tussen het Ripuarisch en het Frankisch. Het Ripuarisch is Rijnlands en in de regio Zuid-Limburgs hoort men het bijvoorbeeld in Kerkrade en Vaals. De overige Zuid-Limburgse dialecten worden Frankisch genoemd.
 

Dialectkaart van Limburg

Het Heerlens  heeft steeds blootgestaan aan invloeden uit beide dialectgebieden, hetgeen tot variatie in het dialect kan leiden. De tweede oorzaak is gelegen in de migratiegeschiedenis van de stad. Met de komst van de mijnen groeide de bevolking explosief. Er kwamen buitenlanders, mensen uit andere delen van Nederland en natuurlijk ook ander Limburgers. Dat betekent dat er meer dagelijks contact was met het Nederlands en met andere Limburgse dialecten. Ook dat leidt tot toenemende variatie in het plaatselijk dialect. De derde oorzaak ligt in de stedelijke ontwikkeling. Oude kernen met elk hun eigen dialect werden met elkaar verbonden. Zo gingen Heerlerheide, Heerlerbaan en Welten deel uitmaken van de stad. Het zal duidelijk zijn dat ook dat de nodige taalvariatie met zich meebracht, vooral in de tussenliggende gebieden. Er zijn bijvoorbeeld in Heerlen twee varianten voor het Nederlandse werkwoord hebben, namelijk de vormen han en höbbe. Een ander voorbeeld is de uitgang van een woord als gemekkelig naast gemekkelik. Dit soort doubletten, zoals deze dubbelvormen genoemd worden, is veelvuldig aanwezig in het Heerlens taaleigen.

Wie wil horen hoe Heerlens dialect klinkt, kan terecht bij de video waarin bekende Heerlenaar Frans van Loo vertelt over zijn stad.


Positie van het dialect

Lang niet iedereen in Heerlen spreekt dialect. Hierboven is al de migratiegeschiedenis aan de orde geweest. Die verklaart gedeeltelijk het feit dat er in Heerlen relatief minder dialect gesproken wordt dan in ander Limburgse gemeenten. In 1964 onderzocht taalkundige Joop Mittelmeijer de taalsituatie in Heerlen. Hij ondervroeg 1603 kinderen van lagere scholen in alle wijken van Heerlen. Hij keek onder meer naar de invloed van de herkomst van huwelijkspartners op de keuze voor het al of niet spreken van dialect met de kinderen. Merkwaardig is dat zelfs binnen de huwelijken waar zowel de man als de vrouw uit Heerlen afkomstig waren, in nog niet de helft van de gevallen dialect werd gesproken met de kinderen. Ook was de waardering voor het ABN groter dan voor het Heerlens. Een meerderheid van de kinderen vond het ABN mooier, fijner en deftiger. Een aannemelijke verklaring hiervoor is dat men het spreken van dialect beschouwde als een belemmering voor sociaal-economisch succes. Men leefde immers in een stad waarin de bovenlaag ABN sprak.

De situatie die Mittelmeijer beschreef deed vermoeden dat het dialect in Heerlen spoedig uitgestorven zou zijn. Dat is zeker niet het geval. Weliswaar is het aantal dialectsprekers er relatief lager dan in de rest van Limburg, maar van verdwijnen van het dialect is geen sprake. De waardering voor het dialect is ook duidelijk toegenomen en er zijn niet weinig inwoners die het dialect als tweede taal leren. De Veldekekring Heerlen ijvert volop voor het behoud en present stellen van het dialect en heeft enkele jaren geleden zelfs een woordenboek (woadbook) van het Heerlens uigegeven. In dat woordenboek staat ook een mooi overzicht van de grammatica van het Heerlens dialect.
 

Heerlens Algemeen Nederlands

Interessant is dat er door de vele contacten tussen de diverse taalvariëteiten een tussenvariëteit is ontstaan die zich ontwikkeld heeft tot een soort omgangstaal in Heerlen. De eerste taalkundige die daar serieus aandacht aan heeft besteed is Leonie Cornips. Zij noemt deze variëteit Heerlens Algemeen Nederlands (HAN) en wijst erop dat het niet gaat om slecht of foutief gesproken Nederlands maar om een systeem met eigen taalkundige kenmerken.

Het Heerlens Algemeen Nederlands bestaat in verschillende gradaties, maar laat zich het sterkst horen in informele situaties. De woordenschat laat een groot aantal dialectwoorden toe, vooral voor alledaagse zaken: nachsjiech (nachtdienst), viere (ziek zijn), appelkietsj (klokhuis), toebak (tabak), dröpke (borrel), sjoepkar (kruiwagen), sjop (schuur), sjup (schop), kuufe (flikken) etc.

De zinsbouw kenmerkt kent een groot aantal constructies met zich: Hij krijgt zich een tas koffie (hij neemt een kop koffie), Hij rookt zich een sigaartje etc..

De uitspraak en het accent zijn beïnvloed door het dialect. Zo worden stemloze medeklinkers in bepaalde posities stemhebbend. Men hoort hardaanval voor hartaanval en de trabbop voor de trap op.  Een t aan het eind van een woord die volgt op een een s, een ch, een p, een k of een wordt veeal niet uitgesproken: hij heef (heeft), slech (slecht), hoof (hoofd), mas (mast).

Door sommigen worden ook de s en z aan het begin van een woord en voor een andere medeklinker als sj, en zj uitgesproken: sjterk, sjpel, zjwaar.

Het ‘zangerig’ accent van het dialect is ook terug te horen in het Heerlens algemeen Nederlands.

Soms worden uitdrukkingen uit het dialect worden letterlijk vertaald naar het Nederlands en zo ook gebruikt.

Kenmerkend is ook het veelvuldig gebruik van het werkwoord doen als hulpwerkwoord (ter omschrijving van het gezegde): Doe me ene inschudde!

Een prachtige parodie op het Heerlens Algemeen Nederlands wordt met enige regelmaat, maar vooral tijdens de carnaval, gebracht door het trio Demi Sec in hun creatie De Getske Boys.Een mooi voorbeeld (niet voor tere zielen) vind je hier.

 

Cultuur
 

Dorpscultuur

In de negentiende eeuw, toen Heerlen nog een deftig dorp was, was het culturele aanbod beperkt. Als bijna ieder dorp kende het een harmonie (St. Caecilia uit 1833, het latere Koninklijk Harmonieorkest Heerlen) een mannenkoor (St. Pancratius uit 1878) een Jonggezellengezelschap en een schutterij (St. Sebastianus uit 1895).
 

Harmonie St. Caecilia in 1908. Fotocollectie Rijckheyt 1936
Stadsschutterij St. Sebastianus in 1925. Fotocollectie Rijckheyt 1941

 

Verenigingsleven

Aan het begin van de twintigste eeuw komt het verenigingsleven tot grote bloei. Dit is mede het gevolg van de manier waarop de stad zich ontwikkelde. De wijken en kolonieën moesten eigenlijk dorpen op zich zijn met hechte gemeenschappen en alle nodige voorzieningen en liefst ook een eigen parochie. Daarbij hoorden ook verenigingen op wijkniveau. Deze werden veelal door de mijnen gesubsidieerd, met name wanneer het verenigingen op confessionele grondslag ging. De meerderheid van de verenigingen was uiteraard van katholieke signatuur en in het bestuur zat ook meestal een geestelijk adviseur.

De gedachte was dat een zinvolle vrijetijdsbesteding de arbeiders rustig zou houden, beschermen tegen drankzucht en de saamhorigheid zou bevorderen. Het verenigingsleven was een cruciaal element in de sociale infrastructuur in de wijken

Het katholieke zuiden kende al een sterke muziekcultuur. Het is dus niet verwonderlijk dat er in de (nieuwe) wijken talloze koren en muziekgezelschappen werden opgericht. Ook werden de patronaten of parochiehuizen locaties voor toneelvoorstellingen en filmvertoningen.

Ook de mijnen kenden hun eigen verenigingen: harmonieën, zangkoren, schutterijen etc.
 

Harmonieorkest van de Oranje-Nassaumijn. Fotocollectie Rijckheyt 1747

 

Muziekschool en theaters

In 1910 krijgt Heerlen een eigen muziekschool op initiatief van musicus Charles Hennen. In 1913 opende het Hollandia Theater aan de Saroleastraat. Daar kon men naar de film en af en toe was er ook een toneelvoorstelling.

 

Hollandiatheater aan de Saroleastraat. Fotocollectie Rijckheyt 4532

 

De eerste echte schouwburg werd gebouwd aan de Klompstraat. Problemen met de financiering van de bouw leidden ertoe dat dit project bijna moest worden afgeblazen. Het is aan het initiatief van mannenkoor St. Pancratius te danken dat die schouwburg in 1925 toch haar deuren kon openen. Als pressiemiddel had het koor voor de opening het eertijds wereldberoemde koor van de Sixtijnse Kapel uit Rome uitgenodigd voor een optreden. De schouwburg moest dan ook op tijd klaar zijn. De schouwburg diende ook als expositieruimte en als repetitieruimte voor het mannenkoor.
 

Schouwburg aan de Klompstraat
Schouwburg aan de Klompstraat. Fotocollectie Rijckheyt 4640 

 

De Stadsschouwburg

Erg lang heeft deze schouwburg niet bestaan. In 1951 was het gebouw al dusdanig bouwvallig dat de directeur bij het uitreiken van bloemen aan artiesten bijna een deel van het plafond op zijn hoofd kreeg. Er moest een nieuwe stadsschouwburg komen en wel een die paste binnen de ideeën over de moderne stad van Marcel van Grunsven, burgemeester van Heerlen van 1926 t.m. 1961. Gelet op de bijzondere, artistieke relatie tussen Van Grunsven en architect Frits Peutz, is het niet verwonderlijk dat het ontwerp aan deze laatste gegund werd. Peutz had eerder al grote projecten gerealiseerd als Schuncks Glaspaleis, het Royal Theater en het Retraitehuis in het Aambos. De nieuwe schouwburg wordt in 1961 opgeleverd. Het is dan het grootste podium van Nederland. Gerenommeerde gezelschappen kwamen er repeteren en uitvoeren, maar er was ook ruimte voor regionale cultuur.

 

De nieuwe Heerlense Stadsschouwburg in 1962. Fotocollectie Rijckheyt 31426

De culturele ambities van Van Grunsven gingen aanzienlijk verder dan het stimuleren van de amateurkunstbeoefening. In het nieuwe raadhuis, dat officieel geopend werd in 1948 worden exposities van moderne Nederlandse kunst georganiseerd. Er wordt ook een gemeentelijke kunstcollectie aangelegd.

In 1949 wordt ook gestart met de jaarlijkse uitvoering van Bachs Matthäus Passion. Initiatiefnemer Jef Soomers richt speciaal hiervoor de Heerlense Oratoriumvereniging op, nog steeds een vaste waarde in de Heerlense klassieke amateurmuziek.

In 1967 wordt Het Heerlens StreekTheater opgericht voor toneelproducties in dialect. Het HST kon zich vrijwel meteen in een enorme populariteit verheugen. Er zijn jaren geweest dat het zo’n 60 voorstellingen per jaar gaf en daarmee meer dan 20.000 bezoekers trok.

 

Repetitie van het Heerlens streektheater. Op de voorgrond o.a. Jo Haan en Sjef Clement. Fotocollectie Rijckheyt 21331

 

Carnaval

Evenals elders in Limburg en Noord-Brabant is Carnaval (of Vastelaovend) een belangrijk element in de culturele identiteit van Heerlen. Tot 1947 was er geen sprake van een centraal georganiseerd feest. Carnaval speelde zich af in de cafés en patronaten. In 1947 richtten enkele leden van de Heerlense Rij- en Jachtvereniging een stadscarnavalsvereniging op onder de naam de Winkbülle (windbuilen). De naam verwijst naar het imago van de Heerlenaren in de rest van Limburg. Het wapen van de vereniging werd een lachende ezel.

 

Prinsenwagen 1980. Prins Frits I (Pelt) nadert zijn latere café. Fotocollectie Rijckheyt 21728

De Winkbülle zorgen sindsdien voor de ‘officiële’ kant van de carnaval in Heerlen. Zo organiseren zij ieder jaar een optocht, die intussen is uitgegroeid tot de grootste van Limburg en omstreken. Ook verzorgen zij activiteiten voor de jeugd, een verkiezing van het carnavalslied van het jaar, een sleuteloverdracht in het gemeentehuis etc. Jarenlang was de Stadsschouwburg hun voornaamste locatie. Er werden bals gehouden en ieder jaar speelde er de populaire Winkbüllerevue met Heerlense grootheden als Wiel Knipa en de Globetrotters.

 

Wiel Knipa met de tekst van een van zijn bekende Heerlense liedjes. Fotocollectie Rijckheyt 31668

 

Jongerencultuur in de jaren '60 en '70

In de jaren zestig kwam evenals in de rest van Nederland de jeugd- en jongerencultuur op. In 1969 richten Heerlense studenten van de TH in Aken sociëteit De Nor op. De eerste vestiging is op de bovenverdieping van het voormalig politiebureau aan de Geerstraat. Het werd, naast een ontmoetingsplek, een open podium, waarop muziek, literatuuur, beeldende kunst en discussie een plek vonden.

De Nor in de Geerstraat. Fotocollectie Rijckheyt 21517


Begin jaren zeventig ontstaat Cineclub Input op initiatief van studenten van de Hogeschool voor Theologie en Pastoraat. Jongeren ontmoeten elkaar verder in nieuwe cafés en dancings, als Le Barock aan de Geleenstraat en Femina aan het Wilhelminaplein.

 

Café Le Barock aan de Geleenstraat.

 

Musea

In 1977 wordt het Thermen museum geopend. Het is gebouwd over de opgraving van een Romeins badhuis. In het museum komt ook het stadsarchief, thans Rijckheyt. Kasteel Hoensbroek wordt ingericht als gemeentelijk museum.

 

Thermenmuseum. Fotocollectie Rijckheyt 9525

 

Nieuwe initiatieven

Ondanks de mijnsluiting blijven er nieuwe culturele initiatieven komen, zoals Galerie Signe, de school Vrije Uren en Filmhuis de Spiegel. Ook komen er belangrijke culturele festivals. Vermeldenswaard zijn Cultura Nova, voortgekomen uit het straattheaterfestival Kultuur Avontuur, en het Charles Hennen Concours voor kamermuziek.

In 1986 wordt de Stadsgalerij geopend. Deze legt zich toe op naoorlogse beeldende kunst, in de geest van Van Grunsven.

Het gemeentelijke architectuurcentrum Vitruvianum in Heerlen wordt in 1993 opgericht en maakt deel uit van het stadsarchief. Daarmee begint ook de actie voor de restauratie van het Glaspaleis, die uitevoerd zal worden onder de architecten Coenen en Aretz.
De renovatie van het Glaspaleis begint in 2000 en wordt voltooid in september 2003. Het gebouw komt na de renovatie op de Unesco-lijst van belangrijkste bouwwerken uit de twintigste eeuw. In het Glaspaleis zijn thans de Stadsgalerij, de muziekschool, de bibliotheek en Vitruvianum gevestigd. Ook is het een podium voor bijzondere, ook bovenregionaal aansprekende exposities. De organisaties in het Glaspaleis opereren nu samen onder de naam Schunck*, naar de ondernemer die het in de jaren dertig liet bouwen voor zijn warenhuis.

 

Renovatie Glaspaleis. Fotocollectie Rijckheyt 26676


Er komen nieuwe podia voor toneel, kleinkunst en muziek. In 1996 opent Lex Nelissen zijn Theater Lexor. De Nor is intussen verhuisd naar een ander pand in de Geerstraat.

Heerlen krijgt ook zijn popfestivals. Allereerst het gratis festival Booch op de Bongerd en sedert enkele jaren ook Park City Live op het Bekkerveld.

Op het gebied van de dans neemt Heerlen een steeds vooraanstaander positie in. Het grote podium van de Stadsschouwburg maakt het mogelijk om grote dansvoorstellingen te programmeren. Euregio Dans Forum is een van de eerste aanjagers van de danscultuur in Heerlen en legt daarmee in feite de basis voor het latere Schrittmacher, een meerdaags internationaal festival in Heerlen en Aken.

 

Cultuurhuis

De uit Heerlen afkomstige acteur Jeroen Willems kiest voor zijn memorabele voorstelling Lange Lies Lange Jan het Patronaat aan de Sittarderweg als uitvoeringslocatie. Daarmee geeft hij mede aanzet tot de revitalisatie van het Patronaat, dat onder die naam als theaterzaal voor toneel, kleinkunst en muziek verdergaat. Na een moeilijke aanlooptijd is het nu, onder de naam Cultuurhuis, een vaste waarde in het Heerlens cultuuraanbod.

 

Patronaat aan de Sittarderweg is nu Cultuurhuis. Fotocollectie Rijckheyt 30427

 

Renovatie theater

In 2007 is de renovatie van Theater Heerlen, voorheen Stadsschouwburg gereed. Een grote zaal met meer dan duizend zitplaatsen en voortreffelijke technische en akoestische voorzieningen maakt een nog rijkere programmering mogelijk. Na de verbouwing is Theater Heerlen het vijfde theater van Nederland. Een aanwinst is ook de nieuwe Limburgzaal, waar vlakke-vloervoorstellingen plaatsvinden, maar ook popconcerten.

 

Mijnmuseum

De stichting CarboON zorgt ervoor dat er in 2005 een Nederlands Mijncentrum komt in het voormalig schachtgebouw van de mijn Oranje Nassau 1.

In 2009 wordt Platform De Mijnen actief met als doelstelling het versterken van het Mijnverleden van Zuid-Limburg.

 

Nederlands Mijnmuseum in schacht 2 van de Oranje-Nassau mijn I. Foto Ron Slangen

 

Hedendaagse jongerencultuur

Het Heerlens cultuurbeleid is mede gericht op het bereiken van jongeren. Na veel politiek touwtrekken komt er in 2006 een nieuwe zaal bij de Nieuwe Nor in het pand van ijzerhandel Schmitz aan de Pancratiusstraat. Deze zaal biedt de ruimte voor een uitgebreid programma op het gebied van de popmuziek en is daarmee een van de belangrijkste bouwstenen in het streven ‘Parkstad Popstad”.

In 2008 vindt voor het eerst The Notorious International Breakdance Event IBE in Heerlen plaats met 10.000 dansers uit 35 landen.

 

Particuliere initiatieven

In 2008 krijgt de stichting ‘Vrouwen laten Heerlen glimlachen’ toestemming voor het organiseren van een openluchttentoonstelling in Heerlen. Het gaat om 61 beelden van ‘alledaagse mensen’. Deze expositie kon zich verheugen in de belangstelling en waardering van een breed publiek. Enkele van deze beelden hebben in Heerlen een vaste plaats gekregen. Dit initiatief werd nog gevolgd door de Elephant Parade in 2011 en Social sofas in 2013. Ook van deze tentoonstellingen is de erfenis in de stad zichtbaar.

 

Ateliers

In het leeggekomen CBS gebouw en bedrijventerrein C-Mill, de voormalige Philips op de Molenberg, wordt ruimte geboden voor creatieve, innovatieve en kleinschalige bedrijvigheid.  Met enige regelmaat zijn de resultaten daarvan voor het publiek te bewonderen.

 

Maankwartier

Heerlen bouwt aan het Maankwartier. Naast een nieuw NS-station biedt het plaats aan woningen, winkels en kantoren. Het ontwerp van het maankwartier is van een beeldend kunstenaar, Heerlenaar Michel Huisman. Het Maankwartier is ontworpen door een Heerlense beeldend kunstenaar Michel Huisman. Het geldt als een ‘gesammtkunstwerk’ en wil een brug vormen tussen de noord- en zuidkant van de stad en daarmee de sociale scheiding symbolisch opheffen. Hoewel het project door sommigen op economische gronden bekritiseerd wordt, is er veel steun voor de esthetische kwaliteit ervan.

 

Beleid

Wie van Heerlen een beeld heeft van een krimpende, kwijnende stad, zal verbaasd zijn over het rijke en gevarieerde culturele klimaat. Er zijn diverse podia, musea, festivals, evenementen, exposities etc. Die zijn hierboven lang niet uitputtend beschreven. Ten dele komen deze voort uit initiatieven van culturele ondernemers en voortrekkers, maar zij zijn ook het gevolg van een succesvol gemeentelijk beleid op cultureel gebied. De gemeente ondersteunt in woord en daad de ‘culturele lente’. Cultuur – in de meest brede zin – kan het zelfbeeld van Heerlen verbeteren en tegenwicht bieden aan het negatieve imago van de stad.

 

Opening Cultura Nova in het Jaar van de Mijnen 2015. Foto Fabian de Kloe M2015